Met de Olympische Spelen wordt u dagelijks getrakteerd op mooie uitspraken van sporters. Zo lezen we in Nrc next dat Mark Huizinga zichzelf ‘sociaal onderontwikkeld’ noemt en dat goudhaantje Michael Phelps het zo gek vindt klinken ‘om jezelf te horen zeggen dat je de beste olympiër bent.’ Maar ook argumentatief gezien is het smullen. Drogreden na drogreden leren we de ware sporter kennen.
Allereerst meldt Pieter van den Hoogenband wat een ware sporter is: iemand die chagrijnig rondloopt na verlies. Direct na zijn vijfde plaats bij de 100 meter meldt hij aan de NOS-verslaggever: “Ik zou ook een waardeloze sportman zijn als ik hier met een glimlach op mijn gezicht rond zou lopen.” Oftewel: de ware sportman herkent u na verlies aan zijn chagrijnige hoofd. Dit roept natuurlijk vragen op: Zijn er geen ware sportmannen die glimlachen na verlies? En als je niet glimlacht, ben je dan automatisch een goede sportman?
Maar we herkennen de ware sporter aan nog meer. Neem een voetbalkeeper. Die doet het namelijk uitstekend als hij een moeilijke redding verricht. Althans, dat beweert de NOS-verslaggever over doelman Vermeer: ‘Die het in de eerste helft uitstekend doet, want dit is een moeilijke redding.’ Verschijnt er bij u al een vraagteken: Als je één moeilijke redding verricht, doe je het dan direct uitstekend? Zijn er geen doelmannen die het in de eerste helft uitstekend doen, maar een moeilijke bal niet stoppen?
Tot slot moet de ware sporter alles mentaal op orde hebben. Dat beweert althans Edith Bosch volgens Deborah Gravenstijn. In een gesprek met de NOS-verslaggever vertelt Deborah namelijk: ‘Ze zei: “Wie vandaag alles mentaal op orde heeft, die wint.”’ Jaja…Dus als je niet alles mentaal op orde hebt, win je niet? En zouden alle sportwinnaars altijd alles mentaal op orde hebben?
Alles bij elkaar opgeteld is de ware sporter: degene die alles mentaal op orde heeft, een moeilijke actie uitvoert en na verlies niet met een glimlach rondloopt. Twijfelde u bij de afzonderlijke voorbeelden nog aan de onredelijkheid, met deze definitie stemt u vast niet zomaar in. En terecht: bovenstaande voorbeelden zijn namelijk allemaal overhaaste generalisaties. En legio ware sporters worden hiermee buiten de categorie geplaatst. In hoeverre geldt bovenstaande definitie namelijk voor: Johan Cruijff, Leontien van Moorsel of Regilio Tuur?
Karin Pijper
Datum: 14-08-2008