Home  |  Sitemap  |  Disclaimer  |  Contact  |  Zoeken

Goochelen met taal

Bij drogredenen wordt vaak gegoocheld met argumenten. Maar ook taal zelf biedt al vele mogelijkheden om mensen op een onjuiste manier te overtuigen. Een mooi voorbeeld van taalgegoochel is de stikvraag of de woordspeling. ‘Wordt de benzine duurder? Daar merk ik anders niks van. Ik tank al jaren voor 25 euro.’

Dubbele betekenis

Bij woordspelingen gebruikt een spreker woorden of een uitdrukkingen die meerdere betekenissen hebben. Dat doet de spreker met opzet: hij bedoelt namelijk een andere betekenis dan de voor de hand liggende. Vaak heeft dit een grappig effect, maar meestal zorgt het voor verwarring. De meest gestelde vraag op dit argument is dan ook: 'Wat bedoelt de spreker eigenlijk?'  

Verwarren

Net zoals de strikvraag veroorzaakt dit gegoochel verwarring. En verwarring zorgt voor onbegrip, waardoor de luisteraar vaak denkt 'Het zal wel'. En die gedachte is gevaarlijk: voor u het weet, neemt u immers iets aan waar u het helemaal niet mee eens bent.

Een klassiek voorbeeld komt van Karel van het Reve, die goochelt met de betekenissen ‘tarief’ en ‘intrinsieke waarde’ voor de kosten van een postzegel:

Men kan die arme KPN van een hoop beschuldigen, maar niet dat men de postzehgels duurder maakt. Een postzegel van 10 cent kostte in 1945 een dubbeltje en dat is nog steeds zo, voor alle andere postzegels geldt hetzelfde.

Je voelt dat er iets niet klopt, maar wat precies? En als het publiek van uw tegenstander dan ook nog moet lachen om de grap, wordt het wel erg lastig iemand nog te overtuigen.

Weg met het zand in mijn ogen

Maar hoe dan te reageren? Wanneer u een taalspelletje vermoedt, wees dan ad rem en uit dit meteen:

  • Wat bedoelt u nu precies?
  • U goochelt met woorden,
  • U probeert me een rad voor ogen te draaien. 
  • U strooit zand in mijn ogen.
In de ideale situatie ontmaskert u de drogreden met eigen gegoochel. We moeten terug naar 1981 voor de meester op dit vlak. Marcel van Dam in debat met Kruisinga:

Van Dam:  Past uw standpunt over de kruisraketten eigenlijk wel in het CDA?
Kruisinga:  Jazeker, mijn standpunt past in het CDA, de CHU past in het CDA, dus mijn
standpunt past in het CDA.
Van Dam:  Zo weet ik er nog wel een: ik pas in mijn jas, mijn jas past in mijn tas, dus ik
pas in mijn tas!

|