Home  |  Sitemap  |  Disclaimer  |  Contact  |  Zoeken

Dames en heren, uw aandacht alstublieft (voor mijn verhaal)!

Jan Haasbroek is een bekroond journalist en een belangrijke omroepbaas in Hilversum. In zijn carrière heeft hij veel spreekervaring opgedaan, en die bespreekt hij in de heruitgave van Dames en heren! Speeches schrijven en toespraken houden. Dit dunne boekje biedt een kijkje in de spreekervaring van Haasbroek en geeft zijn visie op toespraken. Met het boek hoopt Haasbroek anderen enthousiast te maken voor het sprekersvak.

Theater maken

Dames en heren! start met een aantal mooie uitspraken over spreken. 'Spreken is theater maken' is er eentje van. En theater maakt Haasbroek in zijn boek. Met mooie citaten, persoonlijke ontboezemingen (een uitgebreid overzicht van zijn persoonlijke wapenfeiten) en vijf eigen speeches lijkt het boek meer een verslag van een sprekerscarrière, dan een boek waaruit de lezer nuttige tips en informatie kan halen.

Tips en lijstjes

Die nuttige tips en informatie zijn hier en daar wel te vinden. Zo geeft Haasbroek een handige indicatie voor de lengte van uw speech: 'een gangbare toespraak kent een totale duur van een kwartier tot twintig minuten (1350 tot 1850 woorden).' En hij presenteert vragen die je kunt beantwoorden om een goede speech te schrijven of voldoende informatie over je onderwerp te verzamelen.

Jonassen

Maar Haasbroek overtuigt niet echt in zijn boek. De speeches die Haasbroek heeft gekozen, blinken niet direct uit in duidelijkheid of aantrekkelijkheid. Dat Haasbroek het niet zo op structuur heeft, blijkt ook wel uit zijn eigen woorden: 'Juist de speech is uitermate geschikt om zijn toehoorders heen en weer te jonassen.' Dit doet Haasbroek in zijn boek dan ook.

De lezer krijgt geen informatie over het verschil tussen beleids- en gelegenheidsspeeches. Haasbroek noemt wel een stappenplan, maar gebruikt dit vervolgens niet. En Haasbroek schrijft niet toegankelijk. Zijn zinnen bestaan vaak uit lange, weinig versterkende opsommingen. Een voorbeeld: 'Spreken is zwijgen en hernemen, aanzwellen en afzwakken, versnellen en vertragen, fluisteren en bulderen, wild gebaren en bevriezen.' Als lezer word je heen en weer geslingerd tussen alle ervaringen van de auteur.

Conclusie

Het lijkt alsof Haasbroek door uitgebreid uit zijn eigen ervaringen te putten zijn doel voorbijschiet. De vooraf enthousiaste lezer zal na afloop vooral denken aan de tomaten die Haasbroek ergens noemt, in plaats van aan de goede adviezen over stemgebruik. Bovendien laat Haasbroek veel dingen onbehandeld, omdat hij daar toevallig niets mee kan. Over bewegingen en non-verbale presentatie zegt hij bijvoorbeeld niets, omdat hij dat zelf lastige onderwerpen vindt.

Het boek Dames en heren! is al met al geen aanrader. Voor een goed overzicht van nuttige inzichten en praktische tips kunt u niet terecht bij Haasbroek. Wel kan het boek een aangename manier zijn om op een rustige middag het een en ander te lezen van een man die, inderdaad, graag vertelt.

Dit boek moet je lezen om:

  • te zien dat speechen lezen is
  • het HOLA-model te kunnen gebruiken (Humor, Ontroer, Leer, Applaus)
  • te begrijpen dat je als schrijver altijd een notitieboekje bij je moet hebben
Karin Pijper

|