Omdat het moeilijk is om met een genuanceerd betoog het grote publiek te winnen, kun je in de politiek maar beter retorisch debatteren, op het scherp van de snee. Geert Wilders geeft in een interview met columnist Jeff Jacoby, in de Boston Globe, een knap staaltje hiervan weg. Maar de vraag is of we ons moeten laten overtuigen door zijn retorische gepreek.
Een lid van het Britse Hogerhuis nodigde Geert Wilders uit om zijn film Fitna in Westminster te tonen, maar de Britse regering verbood hem de toegang tot het land. Een cruciale fout volgens Wilders. Engeland nu zou met de situatie ten tijde van Chamberlain kunnen worden vergeleken, die in 1938 probeerde Hitler te paaien met het ‘weggeven’ van Sudetenland. “Instead of defending our freedom, defending our values, when I was invited a few weeks ago to show "Fitna" in the House of Lords, they denied me entry to the United Kingdom”, aldus Wilders in het interview. Impliciet suggereert hij hiermee dat wij de kans om ‘onze vrijheid, onze waarden en normen te verdedigen’ nu voorgoed hebben verspeeld. Op zichzelf een meesterlijke zet. Ware het niet dat we die ‘vrijheid, waarden en normen’ – wat daar ook onder moeten worden verstaan - niet alleen maar, of misschien zelfs helemaal niet met de vertoning van deze film kunnen beschermen. Ook al wordt het hier volledig anders gepresenteerd.
In de film worden citaten uit de Koran getoond, samen met video’s met uitspraken of handelingen van moslimextremisten, stelt Jacoby in het interview. “Exactly”, reageert Wilders. “I used reality. It was really made by radical Muslims themselves”. Pardon? “I just combined the pictures with the source”. Ergo, de film wordt door Wilders voorgesteld als een documentaire. Slim om op deze manier iedere zweem van overeenkomst met andere, ‘echte’ films te vermijden. Hier geen regisseur die stuurt, maar alleen de camera die waarneemt en objectief registreert. Als je dat je publiek inderdaad kunt laten geloven, dan kom je misschien ook hiermee weg: “If [muslims] don't like the movie, they don't like what they do themselves”.
Maar waarom zouden we eigenlijk moeten geloven wat Geert Wilders allemaal zegt? Waarom niet liever luisteren naar het meer gematigde geluid van islamgeleerden als Daniel Pipes? Heel simpel, aldus Wilders. Een gematigde islam bestaat nu eenmaal niet. “There are people who are moderate and call themselves Muslim. But moderate Islam is totally nonexistent”. Ah, juist. Iedereen kan zich wel moslim noemen, maar uiteindelijk bepaalt Geert Wilders dus of je het ook werkelijk bent. Er zal volgens Wilders ook nooit een verlichting zoals in het christendom komen. “If you really believe [the Koran] is the word of God, it will never have room to change”. Maar waarom zou het dan niet kunnen dat er in de islam een beweging ontstaat die zegt ‘Ja, de Koran zegt x, y en z, maar wij geven er een andere interpretatie aan’? Wilders – hoe kon het anders: “Then they are not Muslims anymore”.
Wilders is een gewiekste retorische zedenpreker. Maar zijn 'argumenten' houden geen stand.
Marian Pijnenburg
Dit is deel 2 in een serie analyses van Wilders’ debattechnieken. Wilt u leren om te gaan met dergelijke technieken? Kijk dan eens naar onze training Omgaan met bluffers op deze site.
Datum: 11-03-2009